Ik wil kleine Femke niet alleen laten.

Gepubliceerd op 6 oktober 2026 om 18:00

Vandaag was mijn eerste EMDR-sessie weer, en eerlijk gezegd vond ik dat best spannend.

Ik ging die ochtend met behoorlijk wat spanning naar therapie, omdat ik wist dat het de eerste keer weer EMDR zou zijn en hoewel 8.30 uur natuurlijk gewoon een tijdstip is, voelde het voor mij alsof ik hier al dagen tegenop keek. Ik wist ongeveer wat er tijdens de sessie zou gebeuren, maar tegelijkertijd wist ik ook helemaal niet wat er naar boven zou komen en misschien was juist die onzekerheid wel een groot deel van de spanning die ik voelde.

Toen ik binnenkwam, haalde ik een kopje thee en ging ik even zitten, totdat ik op mijn telefoon keek en zag dat het ineens 8.30 uur was.

Shit.

Het was zover.

Op dat moment leek mijn lichaam pas echt te beseffen dat het wachten voorbij was en dat ik nu daadwerkelijk aan de beurt was, want mijn handen begonnen te trillen, ik voelde wat buikpijn en alles in mij stond op scherp, terwijl ik rationeel gezien heel goed wist dat ik veilig was en dat ik gewoon naar mijn psycholoog ging.

Toen ik werd opgehaald, liep ik mee met, zoals ik het zelf maar noem, een behoorlijk samengeknepen kont, want hoewel mijn hoofd wist dat ik naar een behandelkamer liep waar iemand op mij wachtte om mij te helpen, reageerde mijn lichaam alsof er ieder moment iets kon gebeuren.

Tijdens de sessie hebben we daarom eerst gesproken over de spanning die ik voelde en over het feit dat dit de eerste keer weer EMDR was, en ik vind het nog steeds bijzonder hoe groot het verschil kan zijn tussen iets begrijpen met je verstand en het daadwerkelijk voelen met je lichaam. Je kunt jezelf vertellen dat je veilig bent, dat je nu ergens anders bent en dat er op dit moment niets aan de hand is, terwijl je handen ondertussen trillen en je buik reageert alsof er iets verschrikkelijks staat te gebeuren.

Je kunt iets weten, zonder dat je lichaam het al gelooft.

Daarna begon de EMDR en ondanks alle spanning besloot ik mij volledig open te stellen, omdat ik niets wilde wegduwen of proberen te controleren en mezelf juist de ruimte wilde geven om te ervaren wat er naar boven zou komen. Ik wist dat het spannend zou worden en dat ik misschien dingen zou voelen waar ik liever niet naartoe wilde, maar ik wilde deze keer niet proberen om de beelden kleiner te maken of mezelf ergens van weg te houden.

Hoe meer ik mij openstelde, hoe dichter ik bij de kern van de herinnering kwam en op een gegeven moment voelde het alsof ik als klein meisje door de grond zakte. Het is moeilijk om precies uit te leggen wat ik daarmee bedoel, maar het beeld kwam zo sterk binnen dat het bijna voelde alsof ik haar daar daadwerkelijk zag staan, alsof kleine Femke helemaal opging in wat er gebeurde en niet meer wist waar ze heen moest of hoe ze zichzelf daaruit moest krijgen.

Tegelijkertijd wist ik heel goed wat ik eigenlijk had willen doen, wat ik had willen zeggen en hoe ik had willen reageren, en juist dat besef kwam hard binnen omdat ik nu, zoveel jaren later, heel goed kan bedenken hoe ik mezelf had willen beschermen, terwijl het kleine meisje van toen dat helemaal niet kon.

Zij bevroor.

En achteraf kun je eindeloos bedenken wat je had willen zeggen, waar je naartoe had kunnen gaan of hoe je jezelf had kunnen beschermen, maar toen was er alleen dat moment en was er een klein meisje dat moest omgaan met iets wat ze niet kon overzien en waarvoor ze niet de kennis, kracht of mogelijkheden had die ik nu wel heb.

Ik denk dat ik dat steeds beter begin te begrijpen, namelijk dat ik niet van mezelf kan verwachten dat het kleine meisje van toen reageerde zoals de volwassen Femke van nu zou reageren, omdat zij mij nog niet was en zij alleen maar kon doen wat op dat moment voor haar mogelijk was.

Ze bevroor niet omdat ze zwak was, maar omdat dat blijkbaar de manier was waarop haar lichaam haar op dat moment probeerde te beschermen.

Tijdens de EMDR voelde het daarom niet alsof ik alleen maar een herinnering aan het vertellen was, maar alsof ik er opnieuw naar keek en opnieuw voelde wat daar zat, terwijl ik tegelijkertijd heel goed wist dat ik in de behandelkamer zat, dat mijn psycholoog naast me zat, dat ik volwassen was en dat ik veilig was.

En toch was kleine Femke daar ook.

Op een gegeven moment leek er iets te verschuiven en werd de lading van de herinnering langzaam minder, alsof een deel van de last die ik al die tijd met mij had meegedragen ineens iets lichter werd. Dat voelde als een enorme opluchting, maar tegelijkertijd merkte ik dat er onder die spanning ook ontzettend veel verdriet zat, verdriet om wat er gebeurd was, om wat ik toen niet kon doen en om het feit dat ik niet terug kan naar dat moment om ervoor te zorgen dat het anders loopt.

Want hoe graag ik dat soms ook zou willen, ik kan het verleden niet veranderen.

Wat gebeurd is, blijft gebeurd.

Wat wel kan veranderen, is de manier waarop die herinnering in mijn hoofd en lichaam aanwezig is.

Tijdens deze sessie voelde ik daar voor het eerst echt iets van, alsof mijn lichaam langzaam een klein beetje mocht gaan begrijpen dat het voorbij is en dat ik nu niet meer midden in die situatie zit. Ik kan naar de herinnering kijken zonder dat ik er per se helemaal opnieuw in hoef te verdwijnen, en misschien is dat uiteindelijk wel waar verwerken over gaat: niet vergeten wat er is gebeurd, maar ervoor zorgen dat het verleden niet iedere keer opnieuw voelt alsof het het heden is.

Aan het einde van de sessie vertelde mijn psycholoog dat ik best mocht toegeven aan de slaap als dat nodig was, omdat mijn lichaam na zo'n sessie natuurlijk veel te verwerken had gehad en ik merkte inderdaad dat ik ontzettend moe was.

Alleen is mijn ogen dichtdoen op dit moment nog niet zo makkelijk.

Iedere keer als ik mijn ogen sluit, zie ik haar weer.

Kleine Femke, huilend op de grond.

Het beeld komt steeds terug en daardoor begrijp ik ook waarom ik niet zomaar mijn ogen dicht wil doen, want het is niet dat ik niet wil slapen of niet moe ben, maar iedere keer als ik mijn ogen sluit, zie ik dat kleine meisje weer voor me en voelt het alsof ik opnieuw naar haar moet kijken.

Aan het einde van de sessie mocht ik het beeld vervangen door iets anders, iets wat veiliger of fijner zou voelen, maar ik wilde dat niet.

Ik wil kleine Femke zo niet alleen laten.

Misschien klinkt dat voor iemand anders gek en misschien zou het juist makkelijker zijn om het beeld te vervangen door iets moois, maar voor mij voelde dat op dit moment niet goed, omdat dat kleine meisje er daadwerkelijk is geweest en zij dit daadwerkelijk heeft meegemaakt.

Als ik het beeld zomaar vervang, voelt het bijna alsof ik haar daar ook achterlaat, alsof ik tegen haar zeg dat we niet meer naar haar hoeven te kijken en dat we maar iets anders van het verhaal moeten maken, terwijl ik juist het gevoel heb dat ik haar nu niet alleen wil laten.

Mijn therapeut heeft tijdens de sessie wel geholpen om iets aan het beeld toe te voegen wat er toen niet was, namelijk veiligheid en bescherming, waardoor ik er op een andere manier naar kon kijken zonder te doen alsof het nooit gebeurd is. De situatie zelf verandert daardoor natuurlijk niet en het verleden wordt er niet mee uitgewist, maar misschien hoeft de herinnering daardoor niet voor altijd dezelfde lading te houden.

Dat vind ik eigenlijk een bijzonder idee, omdat ik niet wil doen alsof het verleden anders is geweest en ik ook niet wil dat kleine Femke verdwijnt, maar ik haar juist wil laten weten dat ik haar zie en dat ik begrijp waarom ze toen bevroor.

Ik wil haar niet kwalijk nemen dat ze niet deed wat ik achteraf zo graag had gewild.

Ze deed wat ze op dat moment kon.

En misschien was dat genoeg.

Wat ik tijdens deze sessie ook weer merkte, is hoe groot het verschil kan zijn tussen weten en voelen. Ik kan heel goed weten dat ik veilig ben, ik kan de oefeningen kennen die ik heb meegekregen en ik kan mezelf vertellen dat ik in het hier en nu ben, maar wanneer de spanning echt door mijn lichaam heen gaat, is dat weten soms simpelweg niet genoeg.

Dan moet mijn lichaam het ook nog leren geloven.

Dat is waar ik nu mee bezig ben: leren voelen dat het nu anders is, dat ik nu kan praten, dat ik hulp kan vragen, dat ik keuzes heb en dat ik niet meer dat kleine meisje van toen ben.

Maar tegelijkertijd wil ik haar ook niet wegduwen, want ik wil haar juist laten merken dat ze er niet meer alleen voor staat.

Misschien gaat verwerken daarom niet over vergeten en ook niet over ervoor zorgen dat je op een dag nergens meer aan denkt, maar veel meer over het terugkrijgen van de macht die een herinnering over je heeft. Misschien hoef ik de herinnering niet kwijt te raken, maar mag ik leren om eraan te denken zonder dat mijn hele lichaam opnieuw reageert alsof ik er middenin zit.

Ik wil uiteindelijk kunnen denken: dit was toen, en dit is nu.

Ik wil kleine Femke kunnen blijven zien zonder dat ik zelf weer helemaal terugga naar dat moment, zodat ik haar vanuit wie ik nu ben kan vasthouden en haar kan vertellen dat ze niets fout heeft gedaan, dat ze niet anders had hoeven reageren en dat ze niet meer alleen hoeft te zijn.

Misschien komt er ooit een moment waarop ik het beeld wel kan vervangen, maar nu nog niet, omdat ik haar op dit moment nog niet wil achterlaten op die grond.

Ik wil eerst leren om bij haar te blijven.

En misschien is dat ook een vorm van verwerken: niet vergeten wat er gebeurd is, niet doen alsof het anders is gegaan en het kleine meisje niet wegduwen, maar leren om de herinnering op een andere manier mee te dragen, zodat de spanning minder wordt en de pijn zachter zonder dat ik hoef te ontkennen wat er is gebeurd.

Zodat ik uiteindelijk kan zeggen: ja, dit is gebeurd, maar het gebeurt niet meer.

Dat verschil voelt voor mij ontzettend belangrijk.

Ik ging die ochtend met trillende handen, buikpijn en een lichaam vol spanning naar therapie, omdat ik wist dat ik iets aan zou gaan waarvan ik niet wist wat het met mij zou doen, maar ondanks die spanning ben ik gebleven en heb ik mij opengesteld voor alles wat er naar boven kwam.

Ik heb het niet kleiner gemaakt, ik heb het niet weggeduwd en ik heb geprobeerd niet weg te lopen van wat ik voelde.

En daar ben ik eigenlijk best trots op.

Niet omdat alles ineens opgelost is, want dat is absoluut niet zo, en ook niet omdat ik nu zou moeten kunnen zeggen dat ik hier doorheen ben, maar omdat ik deze keer heb ervaren dat ik iets wat jarenlang zoveel macht over mij heeft gehad van dichtbij kan aankijken zonder dat ik er volledig in hoef te verdwijnen.

Er is iets verschoven.

Misschien maar een klein beetje, maar wel echt.

En misschien is dat voor nu genoeg.

Ik hoef niet alles in één keer op te lossen en ik hoef ook niet meteen te weten waar dit uiteindelijk naartoe gaat. Ik mag dit stap voor stap doen en ik mag leren dat ik niet altijd hoef te vechten tegen wat ik voel, maar dat ik soms ook gewoon mag voelen wat er is, terwijl ik mezelf eraan herinner dat ik nu veilig ben en dat ik inmiddels andere keuzes kan maken.

Ik kan het verleden niet veranderen en ik kan niet terug naar dat kleine meisje om haar te beschermen op het moment dat zij dat nodig had, maar ik kan haar nu wel iets geven wat ze toen niet had.

Mijzelf.

Ik kan naar haar kijken, haar begrijpen en bij haar blijven, zonder haar te vertellen dat ze het anders had moeten doen.

Misschien is dat wel waar ik nu sta: ik ben nog niet klaar, maar ik ben wel begonnen om datgene wat er is gebeurd op een andere manier te dragen.

Niet door kleine Femke achter te laten, maar door haar eindelijk te laten voelen dat ze niet meer alleen is.

En misschien is dat voor nu het belangrijkste.

Dat ik haar niet meer alleen laat met wat er toen is gebeurd.

 

Veel liefs,

Femke ๐Ÿ’š