“Niet achteruit, maar anders vooruit”

Gepubliceerd op 25 september 2026 om 18:00

Weer een stapje terug

Ik trek het even niet meer zoals ik het de afgelopen tijd heb geprobeerd vol te houden. Dat vind ik moeilijk om toe te geven, misschien juist omdat ik zo graag wil geloven dat ik alles gewoon kan. Maar mijn lichaam begint iets anders te vertellen. Na het werken ben ik uitgeput, mijn middagdutjes worden langer, ik trek me steeds meer terug en zelfs reageren op een bericht voelt soms als iets waar ik eerst de energie voor moet verzamelen. Ik wist eigenlijk allang waar het vandaan kwam. Alleen wilde ik het misschien nog niet helemaal onder ogen zien.

Sinds ik met therapie ben begonnen, zijn er dingen naar boven gekomen die ik jarenlang diep achter een kluis heb verstopt. Dingen waarvan ik dacht dat ze daar veilig lagen zolang ik de deur maar dicht hield. Nu staat die deur op een kier en komt er steeds meer naar buiten. Dat klinkt misschien simpel, maar dat is het absoluut niet. Sommige herinneringen en gevoelens dragen zoveel gewicht dat ik merk dat ze niet alleen in mijn hoofd zitten, maar ook in mijn lichaam. Ik ben moe. Niet gewoon moe van een lange werkdag, maar moe van alles wat er ondertussen vanbinnen gebeurt.

De afgelopen tijd ben ik mezelf steeds meer kwijtgeraakt in die vermoeidheid. Ik sliep na het werken, mijn dutjes tussen de middag werden langer en mijn lontje korter. Ik had minder ruimte voor anderen, maar ook steeds minder voor mezelf. Als ik eindelijk niets hoefde, wist ik soms niet wat ik met mezelf aan moest. Ik wilde iets doen, maar wist niet wat. Ik wilde rust, maar kon daar ook niet altijd van genieten. Het is een vreemde strijd wanneer je lichaam vraagt om stil te staan en je hoofd je ondertussen vertelt dat je juist iets moet doen.

En dus heb ik vandaag besloten om minder te gaan werken.

Dat voelt eerlijk gezegd als falen.

Alsof ik tekortschiet. Alsof ik jong ben en gewoon zou moeten kunnen werken, leuke dingen doen en na mijn werk nog energie over zou moeten hebben voor het leven. Ik zou willen dat dat zo was. Ik zou willen dat therapie gewoon iets was waar ik een uurtje naartoe ga en daarna weer verder kan met mijn dag. Maar zo werkt het niet. Wat daar besproken wordt, blijft niet achter in die behandelkamer. Het gaat mee naar huis. Het zit in mijn hoofd, in mijn lijf en soms ineens midden op een gewone dag.

Daarom weet ik ook dat ik deze keuze moet maken. Niet omdat ik opgeef, maar omdat ik merk dat ik mezelf anders voorbijloop. Gelukkig kan en mag ik op mijn werk minder gaan werken. En hoewel ik daar dankbaar voor ben, doet het ergens pijn dat het nodig is. Ik zou liever willen zeggen dat het goed met me gaat en dat ik alles weer aankan. Maar dat zou op dit moment gewoon niet eerlijk zijn.

Want er zijn momenten waarop ik mezelf nog steeds keihard veroordeel. Als ik moe ben en toegeef aan de behoefte om te slapen, kan mijn hoofd meteen beginnen: zie je wel, je faalt. Je stelt je aan. Je bent het niet waard. Er zijn mensen die het veel erger hebben. Alsof ik pas recht heb op rust wanneer ik het écht zwaar genoeg heb. En dat is misschien wel één van de moeilijkste dingen waar ik tegenaan loop: leren dat ik mezelf niet eerst hoef uit te putten voordat ik mag luisteren naar wat ik nodig heb.

Gelukkig is er steeds vaker ook een andere stem. Een stem die zegt: kijk eens waar je vandaan komt. Drie jaar geleden zat ik midden in mijn gebruik. Nu niet meer. Dat verschil is enorm, ook al voelt het op slechte dagen helemaal niet zo. Ik ben nog lang niet waar ik wil zijn en er ligt nog een flinke berg voor me. Maar ik sta er wel. Ik ben begonnen aan die klim.

En het liefst wil ik die berg in één keer beklimmen. Ik wil alles verwerken, alles begrijpen, alles achter me laten en daarna gewoon weer verder kunnen. Maar sommige dingen hebben jaren nodig gehad om zo diep te komen. Dan is het misschien niet gek dat ik ze ook niet in een paar weken kan opruimen.

Dus ja, ik doe een stapje terug. Ik ga minder werken en probeer mezelf toe te staan dat dat op dit moment nodig is. Misschien voelt het nog even als falen. Misschien blijft die gedachte af en toe terugkomen. Maar ergens weet ik ook dat ik mezelf deze keer niet wil verliezen in het idee dat ik sterk moet zijn.

Ik wil deze berg beklimmen. Echt.

Maar ik hoef niet in één keer boven te komen.


Veel liefs,

Femke 💚

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.