"Meer dan dat ene woord"

Gepubliceerd op 20 april 2026 om 21:00

Ik merk het vaak al voordat er iets gezegd wordt...

Het zit in de stilte die nét iets langer duurt dan normaal. In de manier waarop iemand even wegkijkt, of juist te aandachtig naar me kijkt, alsof ze proberen te begrijpen wat er “mis” met me is. Het moment waarop ik zeg dat ik verslaafd ben, verandert iets. Niet alleen in hoe anderen mij zien, maar ook in hoe ik mezelf op dat moment weer even door hun ogen ga bekijken.

 

Het is vreemd hoe één woord zoveel gewicht kan dragen. “Verslaafd.” Het voelt alsof het alles overschaduwt. Alsof alle andere dingen die mij maken tot wie ik ben — mijn humor, mijn herinneringen, mijn dromen, mijn goede intenties — ineens naar de achtergrond verdwijnen. Alsof dat ene woord het hele verhaal vertelt, terwijl het in werkelijkheid maar een klein, ingewikkeld deel is van een veel groter geheel.

 

Wat mensen vaak niet zien, is hoe moeilijk het is om dat woord überhaupt uit te spreken. Het is niet iets wat je zomaar zegt, alsof je vertelt wat je favoriete kleur is. Het kost moed. Het kost eerlijkheid. Het betekent dat je jezelf laat zien op een manier die kwetsbaar is, misschien wel op de meest kwetsbare manier die er is. Je laat een stukje zien waar je niet trots op bent, waar schaamte op zit, waar pijn in zit.

 

En toch, wanneer ik het zeg, voelt het soms alsof die kwetsbaarheid niet wordt gezien als kracht, maar als zwakte. Alsof mensen denken: zie je wel, er klopt iets niet. Alsof ze me vanaf dat moment anders gaan behandelen. Voorzichtiger misschien, of juist afstandelijker. Soms merk ik dat mensen me minder serieus nemen. Alsof mijn woorden minder waarde hebben omdat ik “die persoon” ben.

 

Er zijn momenten geweest waarop ik het liever niet vertelde. Waarop ik dacht: als ik het gewoon voor me houd, blijft alles normaal. Dan blijven mensen me zien zoals ze me altijd zagen. Maar dat betekent ook dat ik een deel van mezelf moet verbergen. Dat ik gesprekken moet ontwijken, dat ik moet opletten wat ik zeg. Dat ik een soort rol speel, in plaats van gewoon mezelf te zijn.

 

En dat is vermoeiend. Niet een beetje vermoeiend, maar diep vermoeiend. Het kost energie om constant alert te zijn, om jezelf in te houden, om niet “door de mand te vallen”. Het maakt dat ik soms afstand voel, zelfs als ik omringd ben door mensen. Alsof er een muur staat die niemand ziet, maar die er wel degelijk is.

 

Wanneer ik wél eerlijk ben, hoop ik ergens op begrip. Of op zijn minst op openheid. Ik verwacht niet dat mensen alles begrijpen — hoe zouden ze ook, als ze het zelf niet hebben meegemaakt? Maar wat ik wel hoop, is dat ze blijven kijken naar mij als mens. Dat ze beseffen dat mijn verslaving niet het enige is wat mij definieert.

 

Toch gebeurt het vaak dat mensen meteen aannames doen. Dat ze denken te weten wie ik ben, wat ik heb meegemaakt, hoe mijn leven eruitziet. Soms zijn die aannames hard. Soms subtiel. Maar ze zijn er. En elke keer dat ik ze voel, doet het iets met me.

 

Het maakt me onzeker. Het laat me twijfelen aan mezelf. Alsof ik mezelf moet bewijzen, moet laten zien dat ik “meer ben dan dat”. Alsof ik harder moet werken om hetzelfde respect te krijgen dat anderen vanzelf lijken te krijgen.

 

Er zijn ook momenten waarop het me boos maakt. Niet altijd zichtbaar, maar van binnen. Omdat het oneerlijk voelt. Omdat ik weet hoeveel strijd er achter dat ene woord zit. Hoeveel nachten, hoeveel gedachten, hoeveel pogingen om het beter te doen. En toch wordt dat vaak niet gezien. Wat mensen zien, is alleen het label.

 

Maar misschien nog wel het moeilijkste is hoe ik die oordelen soms zelf ga geloven. Hoe ik, na genoeg van die blikken en reacties, begin te denken: misschien ben ik inderdaad minder. Misschien ben ik inderdaad zwakker. Misschien is dit gewoon wie ik ben.

 

en dat is het moment waarop het echt gevaarlijk wordt. Niet de verslaving zelf, maar het verhaal dat je erover gaat geloven. Het idee dat je vastzit in dat label, dat je er niet uit kunt breken. Dat je altijd “die persoon” zult blijven.

 

En toch, ergens diep van binnen, weet ik dat dat niet waar is.

 

Want ik ken ook de andere kant. De kant die mensen niet altijd zien. De kant waarin ik probeer. Waarin ik fouten maak, maar ook weer opsta. Waarin ik keuzes maak die beter zijn dan gisteren. Kleine stappen, soms bijna onzichtbaar, maar ze zijn er.

 

Ik weet hoe het voelt om te vechten tegen jezelf. Om elke dag opnieuw te moeten kiezen. Om soms te verliezen, maar ook om soms te winnen. En die overwinningen, hoe klein ze ook lijken, betekenen alles.

 

Wat ik zou willen, is dat mensen dat ook zien. Dat ze begrijpen dat verslaving geen simpel verhaal is van zwakte of slechte keuzes. Het is complex. Het is menselijk. Het is vaak verbonden met pijn, met dingen die niet altijd zichtbaar zijn aan de buitenkant.

 

Ik zou willen dat mensen minder snel oordelen en meer vragen stellen. Dat ze nieuwsgierig zijn in plaats van veroordelend. Dat ze luisteren, echt luisteren, zonder meteen een conclusie te trekken.

 

Want achter elk label zit een verhaal. En dat verhaal is nooit zo simpel als het lijkt.

 

Het is eigenlijk gek hoe zoveel oordeel kan ontstaan door één klein woord. Alsof dat woord zwaarder weegt dan alles wat daarachter zit. Ik weet nog dat iemand ooit tegen mij zei: “Jij verslaafd? Dat heb jij toch helemaal niet nodig.” Alsof verslaving iets is wat je kiest, iets wat je wel of niet “nodig hebt”. Alsof het zo simpel is.

 

Maar juist daarom is het belangrijk om het te blijven zeggen.

 

Blijf eerlijk, hoe moeilijk het ook is. Want alles voor jezelf houden lost niets op. Het maakt de afstand alleen maar groter — naar anderen, maar ook naar jezelf. En in die stilte, in dat verbergen, ligt juist het risico om weer terug te vallen.

 

Eerlijk zijn is niet makkelijk. Maar het is wel waar verandering begint.

 

Dus zeg het. Draag het niet alleen. Want hoe zwaar dat ene woord ook kan voelen — jij bent altijd meer dan dat.

 

Liefs,

Femke 💚