"Soms lees ik mijn eigen verhaal terug.."
Alsof het over iemand anders gaat. Alsof ik een dossier open van een vreemde. Een casus. Een verzameling gebeurtenissen, symptomen en observaties. Netjes uitgetypt. Afstandelijk bijna. Alsof iemand met een witte jas naar mijn leven heeft gekeken en geprobeerd heeft het logisch te maken. Terwijl het voor mij nooit logisch voelde. Alleen zwaar. Alleen stil. Alleen iets waar ik doorheen moest.
Vandaag bij de GGZ gebeurde dat weer. Ik las de brief die ze voor de huisarts hadden geschreven en ik voelde… niets eigenlijk. Of misschien juist teveel. Het voelde niet alsof ze over mij schreven, terwijl ik weet dat elk woord over mij ging. Dat is misschien het gekste aan trauma. Je weet rationeel wat er gebeurd is, maar gevoelsmatig blijft het ergens zweven. Alsof je lichaam het wel onthouden heeft, maar je hoofd er niet helemaal bij mag komen.
De behandelaar zei iets wat bleef hangen. Hij zei:
“Ik ben een beetje aan het fantaseren, want ik wil het niet invullen. Maar het zou kunnen dat je aan het overleven was in die periode, waardoor het niet echt binnenkwam. Of misschien duw je het gevoel weer weg omdat je niet wilt geloven dat het zo erg was.”
En ik denk dat ze gelijk heeft.
Misschien allebei wel.
Ik denk dat ik al heel jong ben begonnen met overleven. Niet bewust natuurlijk. Als kind weet je niet dat je mechanismes ontwikkelt. Je denkt gewoon dat iedereen hetzelfde doet. Dat iedereen gevoelens wegstopt. Dat iedereen zichzelf kleiner maakt om de dag door te komen. Dat iedereen leert om spanning weg te lachen, pijn te negeren en verdriet in te slikken alsof het nooit bestaan heeft.
Ik heb jarenlang gedacht dat ik sterk was omdat ik doorging.
Maar doorgaan is niet hetzelfde als leven.
Overleven is wakker worden met spanning in je lichaam zonder te weten waarom.
Het is altijd “aan” staan.
Altijd alert.
Altijd voelen dat er iets mis kan gaan, zelfs op rustige momenten.
Het is niet kunnen ontspannen zonder schuldgevoel.
Niet kunnen huilen wanneer iets pijn doet.
Niet kunnen voelen wat je eigenlijk nodig hebt.
Ik leefde niet echt in het hier en nu. Mijn hoofd zat altijd ergens anders. In gisteren. In morgen. In controle houden. In aanpassen. In verdoven. Vooral verdoven.
En op een gegeven moment kwamen alcohol en drugs erbij kijken.
Dat begon niet eens groots of dramatisch. Eerder stilletjes. Ongemerkt bijna. Want niemand begint met de gedachte: ik wil mezelf kapotmaken. Nee, meestal begint het met: ik wil even rust. Even niets voelen. Even niet nadenken. Even niet mezelf zijn.
En eerlijk?
Dat werkte.
Alcohol maakte de scherpe randjes zachter.
Drugs maakten mijn hoofd stiller.
Voor even voelde ik minder.
Voor even hoefde ik niet na te denken over alles wat onder de oppervlakte lag.
Maar het probleem met verdoven is dat je niet alleen de pijn verdooft.
Je verdooft alles.
Blijdschap wordt vlakker.
Liefde wordt verder weg.
Rust wordt nep.
En uiteindelijk raak je ook jezelf kwijt.
Ik denk dat ik lang niet doorhad hoeveel ik eigenlijk niet voelde. Omdat gevoelloosheid normaal was geworden. Ik kende niet anders. Als je jarenlang op overlevingsstand staat, ga je denken dat dat je persoonlijkheid is. Dat je gewoon “niet zo emotioneel” bent. Of “goed zelfstandig”. Of “iemand die alles alleen oplost”.
Maar onder dat harde doorgaan zat eigenlijk gewoon iemand die moe was.
Doodmoe.
Moe van sterk zijn.
Moe van mezelf bij elkaar houden.
Moe van doen alsof het ging.
En nu ik niet meer drink of gebruik, merk ik pas hoeveel ruimte gevoelens eigenlijk innemen. Dat vind ik soms nog moeilijk om toe te geven, want ergens voelt het alsof ik pas net begin met leven. Alsof ik jarenlang alleen maar heb bestaan.
Dat klinkt heftig.
En misschien is het dat ook.
Want leven betekent voelen.
En voelen is voor mij niet vanzelfsprekend.
Mensen zeggen vaak dat stoppen met drinken of gebruiken dapper is. Maar niemand vertelt je echt wat er daarna komt. Dat er ineens stilte ontstaat waar eerst verdoving zat. Dat emoties harder binnenkomen. Dat verdriet niet meer wegspoelt. Dat je jezelf ineens tegenkomt zonder filter.
Soms voel ik me daarin net een kind.
Alsof iedereen ooit geleerd heeft hoe emoties werken, behalve ik.
Want hoe doe je dat eigenlijk?
Boos zijn zonder jezelf kapot te maken?
Verdriet toelaten zonder ervoor weg te rennen?
Kwetsbaar zijn zonder je zwak te voelen?
Ik weet het nog niet goed.
Soms merk ik dat ik nog steeds automatisch weg wil van gevoelens. Dat ik mezelf afsluit zodra iets te dichtbij komt. Dat ik mezelf afleid. Weglach. Wegdenk. Wegstop.
Overleven zit diep.
Het zit niet alleen in grote dingen. Het zit in kleine reflexen.
In sorry zeggen terwijl je niets verkeerd deed.
In altijd rekening houden met anderen.
In spanning voelen wanneer iemand aardig voor je is.
In denken dat je teveel bent zodra je emoties toont.
In jezelf klein maken omdat dat veiliger voelt.
En toch… merk ik dat er langzaam iets verandert.
Heel langzaam.
Bijna onzichtbaar soms.
Maar ik merk het.
Ik merk dat ik vaker stilsta bij hoe het echt met me gaat.
Dat ik gevoelens niet altijd meer direct wegdruk.
Dat ik soms ineens verdriet voel om dingen waar ik vroeger alleen schouderophalend over praatte.
En dat is confronterend.
Want ergens betekent het dat de muur scheurt.
De muur die me jarenlang beschermd heeft.
Dat klinkt misschien negatief, maar die muur had ooit een functie. Die muur heeft me geholpen te overleven. Zonder afstand, zonder verdoving, zonder afsluiten had ik sommige periodes misschien niet doorstaan.
Daar probeer ik mezelf steeds vaker aan te herinneren:
ik hoef mezelf niet te haten om wat me ooit beschermd heeft.
Mijn overlevingsmechanismen waren niet zomaar “slecht”.
Ze waren nodig.
Alleen zijn ze me later ook gevangen gaan houden.
Want wat je beschermt tegen pijn, beschermt je uiteindelijk ook tegen het leven zelf.
En ik wil leven.
Echt leven.
Niet alleen dagen doorkomen.
Niet alleen functioneren.
Niet alleen doen alsof.
Ik wil aanwezig zijn.
Ik wil kunnen voelen zonder bang te worden van mezelf.
Ik wil rust ervaren zonder verdoving nodig te hebben.
Ik wil leren dat emoties niet gevaarlijk zijn.
En misschien is dat wel wat herstel echt is.
Niet ineens gelukkig zijn.
Niet ineens “genezen” zijn.
Maar langzaam weer mens worden.
Laagje voor laagje.
Soms denk ik aan hoe vreemd het eigenlijk is dat iemand mij moet vertellen dat mijn verhaal erg was. Alsof ik toestemming nodig heb om te erkennen dat het pijn deed. Misschien omdat ik mezelf zo lang heb aangeleerd dat het wel meeviel. Dat anderen het erger hadden. Dat ik niet moest zeuren.
Maar pijn vergelijkt zichzelf niet.
Trauma vraagt niet om bewijs.
En overleven betekent vaak juist dat je geen tijd had om te voelen hoe erg iets was.
Dat besef komt nu pas binnen.
Soms in kleine momenten.
Onder de douche.
Tijdens muziek.
Wanneer iemand een simpele vraag stelt zoals:
“Hoe gaat het echt met je?”
En soms breekt er dan iets open waarvan ik niet wist dat het vastzat.
Dat maakt me bang.
Maar ergens geeft het ook hoop.
Want misschien betekent voelen niet dat ik zwakker word.
Misschien betekent het juist dat ik eindelijk veilig genoeg ben om niet meer alleen te overleven.
Ik denk dat mensen vaak onderschatten hoe moeilijk het is om uit een overlevingsstand te komen. Want overleven geeft ook houvast. Hoe gek dat ook klinkt. Je weet wie je bent in de chaos. Je weet hoe je moet doorgaan. Je weet hoe je moet verdoven, aanpassen, verdwijnen.
Maar leven?
Leven vraagt aanwezigheid.
Leven vraagt zachtheid.
Leven vraagt eerlijkheid.
En eerlijk zijn naar mezelf vind ik misschien nog wel het moeilijkst.
Want onder alles zit ook rouw.
Rouw om de persoon die ik had kunnen zijn zonder al die pijn.
Rouw om jaren die wazig voelen.
Rouw om momenten waarin ik eigenlijk hulp nodig had maar alleen maar harder mijn best deed om normaal te lijken.
Soms kijk ik terug en denk ik:
ik was daar wel lichamelijk aanwezig, maar geestelijk eigenlijk nergens.
Alsof ik mijn eigen leven van een afstand heb bekeken.
Misschien is dat waarom die brief vandaag niet als mijn verhaal voelde.
Omdat een deel van mij er nog steeds van weg beweegt.
Omdat erkennen ook betekent dat het echt gebeurd is.
Dat het echt pijn deed.
Dat ik niet overdreef.
Dat ik niet gek was.
En misschien is dat nog wel het spannendste van allemaal:
dat ik mezelf langzaam begin te geloven.
Niet alleen de feiten.
Maar ook het gevoel eronder.
Ik begin langzaam te begrijpen dat ik niet zwak was omdat ik verdoofde.
Ik was iemand die geen andere manier kende om te dragen wat te zwaar werd.
Nu moet ik leren dragen zonder te verdwijnen.
En dat gaat niet mooi.
Niet soepel.
Niet in een rechte lijn.
Sommige dagen voel ik me sterk.
Andere dagen wil ik alles weer wegduwen.
Sommige dagen voel ik eindelijk iets van rust.
Andere dagen voelt zelfs ademen te dichtbij.
Maar misschien hoort dat erbij.
Misschien is helen niet het tegenovergestelde van pijn.
Misschien is het juist durven blijven terwijl je het voelt.
Ik weet nog niet precies wie ik ben zonder overlevingsstand.
Dat is eerlijk gezegd best eng.
Maar ergens diep vanbinnen voel ik iets wat ik lang niet gevoeld heb:
een kleine voorzichtig hoop.
Hoop dat er meer is dan overleven.
Hoop dat ik ooit niet meer hoef te vluchten voor mezelf.
Hoop dat voelen op een dag minder zwaar wordt.
Hoop dat ik niet alleen leer omgaan met het leven, maar het misschien ook echt ga ervaren.
Misschien is dat wat “van overleven naar leven” betekent.
Niet dat alles ineens goed is.
Niet dat het verleden verdwijnt.
Niet dat de pijn nooit meer terugkomt.
Maar dat je langzaam stopt met verdwijnen.
En misschien…
heel misschien…
ben ik daar nu voor het eerst echt mee begonnen.
Veel liefs,
Femke 💚