"Ik wilde gewoon niet voelen".
De waarheid is dat mijn grootste probleem nooit de alcohol of de drugs waren. Niet de verdoving, niet de afleiding, niet de keuzes die ik maakte in het donker. De kern zat dieper.
Ik had een angst om te voelen.
Het klinkt simpel, alsof het alleen gaat om verdriet of pijn. Maar het was breder dan dat. Zwaarder. Gevoelens betekenen voor mij een deur die, eenmaal geopend, niet meer dicht te krijgen was.
Ik was bang dat ik echt zou voelen, alles wat ik jarenlang had weggeduwd mij een als een golf zou overspoelen, ik zag het al voor me. Ik, aan de rand van iets dat veel groter was dan ikzelf. Ik aan het strand waar een tsunami overheen zou komen, ja dat waren mijn gevoelens. Bang dat ik zou verdrinken zodra ik het zou toelaten.
Dus hield ik de deur dicht. Met witte knokkels van het vasthouden, tanden kapot van het kransen. Met elke mogelijke vorm van verdoving binnen handbereik. (Telefoon, alcohol, drugs, sporten en werken.)
Want voelen betekende toegeven.
Toegeven dat ik gekwetst was.
Toegeven dat ik moe was.
Toegeven dat ik het leven niet altijd trek.
Toegeven dat ik soms niet sterk ben.
En juist dat..
Die kwetsbaarheid..
Was waar ik het meeste bang voor was.
Het is vreemd hoe bang je kunt zijn voor iets wat eigenlijk natuurlijk is. Gevoelens zijn gemaakt om te stromen, maar ik had er dammen omheen gebouwd. Hoge muren. Stevige sloten, waar ik de sleutel van had weggegooid. En onder die muren kroop langzaam de angst;
- Wat als ik instort?
- Wat als ik niet meer kan stoppen?
- Wat als ik mezelf niet aankan?
- Wat vinden anderen mensen van mij als ik toegeef?
Drugs maakten het tijdelijk makkelijker.
Ze haalden de randjes weg, ze dempten het volume van alles wat schreeuwde vanbinnen. Maar zodra het uitwerkte, stond datzelfde gevoel weer, nog groter en nog dreigender dit keer.
Dat is het:
Hoe minder je voelt, hoe meer je te voelen krijgt.
Mijn angst om te voelen bleef groeien. Tot het punt waarop mijn eigen leven te klein werd. Om alles on te blijven verstoppen.
En toen kwam dat ene moment, die spiegel, die blik die ik niet kon ontwijken. Het was pijnlijk - maar het was ook het eerste moment dat ik niet meer bang was om te voelen, omdat ik die angst eindelijk zag, recht in mijn gezicht.
Voelen is eng, ja dat klopt.
Maar niet voelen?
Dat breekt je echt langzaam af.
De grootste opluchting kwam pas toen ik ontdekte dat emoties helemaal geen tsunami zijn. Ze zijn golven; ze komen, ze gaan, ze doen pijn, ze verzachten, ze zijn intens, maar niet permanent.
Het was nooit de emotie die me kapot maakte. Het was de angst ervoor.
En de dag dat ik dat doorhad, werd voelen makkelijker - maar het werd eindelijk mogelijk.
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Als ik iets heb geleerd,
is het dat je niet hoeft te verdwijnen om overeind te blijven. Je hoeft je gevoelens niet te bevechten. Je hoeft ze niet te vermijden.
Je hoeft alleen maar eerlijk te zijn tegen jezelf.
Ook als dat maar een seconde per dag lukt. Want eerlijkheid opent langzaam de deur waar je jarenlang voor hebt gestaan.
En achter die deur zit geen ramp.
Geen instorting, geen vernietiging.
Er zit een jij.
De echte jij.
De warme, de waardige, de aanwezige jij!
En die persoon is absoluut de moeite waard om naar terug te keren.
Veel liefs,
Femke
Reactie plaatsen
Reacties