De stem in mijn hoofd

Gepubliceerd op 20 oktober 2025 om 21:00

"Er is een stem, een constante, ongenodigde gast in mijn hoofd, die nooit slaapt".

Soms fluistert hij zacht, bijna subtiel, een nauwelijks hoorbare twijfel. “Ben je zeker dat dit goed gaat?” Of: “Waarom zou iemand je serieus nemen?” Het lijkt op normale onzekerheid, maar ik weet beter. Het is niet normaal. Het is scherp, onverbiddelijk, en het sluipt overal naar binnen.

 

Ik probeer hem te negeren, maar dat lukt nooit. Elke overwinning, hoe klein ook, wordt door hem ondermijnd. Een compliment wordt niet ontvangen, alleen geëvalueerd: “Ze zeggen dat om aardig te zijn. Ze menen het niet.” Zelfs de dingen die ik echt goed doe, de momenten dat ik trots zou moeten zijn, worden veranderd in een pijnlijke spiegel van mijn eigen tekortkomingen.

 

En dan is er de verslavingstem. Hij is sluw, verleidelijk. Hij vertelt me dat ik iets nodig heb om de pijn te verzachten, iets om de ruis in mijn hoofd te dempen. “Een biertje, nog een sigaret, een lijntje/puntje, gewoon één keer — het maakt het draaglijker.” En ik luister, omdat luisteren goedkoper lijkt dan vechten. Omdat vechten vermoeiend is. Omdat ik soms niet meer kan vechten. Maar zodra ik toegeef, verschijnt hij opnieuw, harder, bozer, zoals een storm die nooit eindigt: “Zie je wel? Je hebt gefaald. Je kunt niet eens voor jezelf zorgen.”

 

Het is een vicieuze cirkel. Hij geeft me wat ik wil, maar alleen om het daarna af te nemen, me te laten hunkeren, me te laten wankelen. Hij voedt mijn angsten, mijn schaamte, mijn eenzaamheid. Soms denk ik dat hij mijn leven in kleine stukjes scheurt en die stukjes achterlaat als een puinhoop die ik elke dag moet opruimen.

 

Soms probeer ik te praten, tegen iemand, tegen de wereld, maar woorden voelen leeg. Wie kan begrijpen hoe het voelt om je eigen vijand te zijn, om constant te luisteren naar een stem die je uitlacht, je ontmoedigt, je ondermijnt? En het vreselijkste: soms hoor ik mezelf die stem in mijn eigen woorden herhalen. Mijn gedachten zijn niet meer alleen van mij; ze zijn een echo van die interne criticus.

 

Ik weet dat hij niet echt is, dat het slechts gedachten zijn, maar het voelt als echt. Elke zenuw in mijn lijf voelt het, elke hartslag herinnert me eraan dat ik niet goed genoeg ben. Soms wil ik hem confrontatie bieden: “Wie denk je dat je bent?” Maar dan schreeuwt hij harder en fluistert: “Je weet dat je zwak bent. Je verdient dit. Je bent altijd zwak geweest.”

 

En toch… soms, in de stilte tussen de stormen, merk ik kleine momenten van tegenstand. Een moment waarop ik kies om niet te luisteren, een moment waarop ik mezelf niet wegduw. Het is breekbaar, klein, bijna nietig, maar het is er. En ik houd me daaraan vast. Het is mijn bewijs dat ik niet volledig verslaafd ben aan zijn overheersing/macht, dat er een stukje van mij bestaat dat hem niet toebehoort.

 

De stem in mijn hoofd zal nooit volledig verdwijnen. Misschien wil ik ook niet dat hij dat doet. Want in zijn rauwheid herinnert hij me eraan dat ik leef, dat ik vecht, dat ik moet kiezen. Elke dag opnieuw. Hij is mijn vijand, mijn beul, mijn test. Maar hij is ook de reden dat ik mijn eigen veerkracht soms ontdek.

 

Misschien zal hij altijd blijven. Misschien niet. Maar in de stilte tussen de stormen vind ik soms mijn eigen adem, mijn eigen stem, en besef ik dat overleven ook winnen kan zijn.

 

Veel liefs,

Femke 💚