Interview met Menno

Gepubliceerd op 29 januari 2026 om 21:00

Mijn naam is Menno, ik ben 36 jaar, geboren en getogen in Rotterdam. Op dit moment woon ik in een safehouse in Den Haag. Ik ben inmiddels ruim negen maanden clean van een jarenlange verslaving aan marihuana, alcohol en cocaïne. Die periode gebruik ik nu om mijn verleden op te ruimen en via herstel te laten zien dat er, hoe uitzichtloos het soms ook voelt, altijd een weg terug is.

 

Ik groeide op in een gezin van vier: vader, moeder en een zus die tweeënhalf jaar ouder is dan ik. Ik heb een goede en liefdevolle opvoeding gehad. Op school was ik een snelle leerling; ik liep ver voor op de rest van de klas en deed groep 3 en 4 in één jaar. Cognitief ging dat goed, maar emotioneel betaalde ik daar later een prijs voor. Ik kwam terecht tussen kinderen die twee tot tweeënhalf jaar ouder waren en voelde al vroeg dat ik mezelf moest overschreeuwen om erbij te horen.

 

We gingen meerdere keren per jaar op vakantie, ik sportte veel en mijn vader was daar altijd bij betrokken. Dat veranderde abrupt toen ik elf jaar oud was. Vlak voor de CITO-toets in groep 8 kreeg mijn vader uit het niets een zware hersenbloeding. Hij had zeven bloedproppen in zijn hersenen, raakte deels verlamd en zijn spraakvermogen werd ernstig aangetast. Ons gezin viel langzaam uit elkaar. In diezelfde periode kwam ik voor het eerst in aanraking met middelen. Ik kon niet praten over wat er gebeurde en zocht onbewust een uitweg. Twee jaar later werd ook ADHD bij mij vastgesteld.

 

Mijn eerste ervaring met marihuana was in de zomervakantie na de hersenbloeding van mijn vader, toen ik elf was. Wat begon als “een keer proberen” werd al snel regelmatig en overmatig gebruik. Op mijn dertiende begon ik met alcohol, op mijn vijftiende met xtc en op mijn achttiende met cocaïne. In alles sloeg ik door. Achteraf heb ik in therapie geleerd dat mijn emotionele ontwikkeling achterbleef door de te grote sprong die ik op jonge leeftijd maakte. Dat gat probeerde ik jarenlang te dichten met middelen.

 

Hoewel ik ergens wel wist dat mijn gebruik problematisch was, drong het besef dat ik echt verslaafd was pas laat tot me door. Pas bij mijn eerste opname, toen ik 28 was, kon ik toegeven dat ik een verslaving had. Ik dacht lange tijd dat mijn probleem alleen bij wiet lag, omdat niemand mij goed uitlegde wat verslaving werkelijk inhield. Ondertussen was ik allang alles kwijtgeraakt wat belangrijk was.

 

Mijn dagelijks leven draaide volledig om gebruik. Ik nam school niet serieus, mijn werk leed eronder, mijn ritme was slecht en ik was vaak geïrriteerd, agressief en extreem egocentrisch. Tegelijk was ik ook een people-pleaser, uit angst om mensen kwijt te raken. Ik deed veel om aanzien te krijgen en verdiende soms zelfs goed, wat mij een totaal verkeerd beeld gaf van hoe “goed” het met me ging. In werkelijkheid was ik onzeker, gevoelig en constant mezelf aan het overschreeuwen.

 

Relaties liepen stuk. Mensen namen me niet meer serieus, maakten misbruik van mijn naïviteit of lieten me links liggen. Uiteindelijk bleef ik alleen achter, op de kamer bij mijn ouders. Ik was continu onder invloed, dronk alle alcohol die ik tegenkwam en ging alleen nog de deur uit voor mijn middelen en mijn werk, zodat ik die middelen kon blijven betalen. De ruzies thuis waren eindeloos.

 

Ik durfde mezelf niet meer aan te kijken. Pas bij mijn laatste gebruik zag ik hoe verrot ik was. Ik haatte mezelf omdat ik geen vader was voor mijn zoon, geen zoon voor mijn ouders, moederziel alleen, vast in zelfmedelijden en wrok. Ik ben meerdere keren met justitie in aanraking gekomen en raakte mijn rijbewijs meerdere keren kwijt. De laatste keer scheelde het weinig of ik was het definitief kwijt geweest. Ik zit met een schuld van ongeveer 73.000 euro. Tien maanden geleden heb ik zelf bewindvoering aangevraagd, omdat ik eindelijk inzag dat ik het niet meer alleen kon. Dat besluit heeft me enorm veel rust gegeven.

 

Het echte keerpunt kwam toen ik 35 was. Mijn moeder belde de politie omdat ik voor de zoveelste keer dronken in de auto stapte. Ik wilde verhaal halen bij mijn ex, die vreemdging, en reed zonder na te denken drie uur lang van Zierikzee naar Sneek. Toen ik werd aangehouden en mijn rijbewijs voor de derde keer werd ingenomen, gebeurde dat vlak voordat ik eindelijk het gezag over mijn zoontje zou krijgen, na een rechtszaak van tweeënhalf jaar. Midden in de nacht werd ik vrijgelaten, 80 kilometer van huis, zonder rijbewijs. Ik dacht: ik ga het nog één keer gebruiken en dan is het klaar.

 

Die “ene keer” werd acht dagen onafgebroken gebruikt. Zonder slaap. Tien gram cocaïne, tien gram 3-MMC, sterke drank en wiet. Dat ik dat heb overleefd is een wonder. Mijn hart sloeg op hol. In die acht dagen kwam het besef keihard binnen: als ik nu niets verander, verliest mijn zoontje zijn vader. Dat gevoel kende ik. Dat was mijn breekpunt.

 

Na 24 jaar gebruik kon ik eindelijk zeggen: ik kan het niet gebruiken. Nooit. Het eindigt altijd hetzelfde. Ik belde de kliniek waar ik eerder had gezeten, IGHD Verslavingszorg in Rotterdam, hemelsbreed 250 meter van mijn zoontje vandaan. Ik besloot niet terug te keren naar mijn ouders, maar door te gaan naar een safehouse voor een jaar, waar ik nu inmiddels acht maanden zit. Ik stelde vrijwillig een bewindvoerder aan, hief mijn bedrijf op, speelde open kaart met mijn ouders en met de moeder van mijn zoon en gaf me volledig over aan mijn verslaving. Ik accepteerde dat die sterker is dan ik, en dat volledige abstinentie mijn enige optie is.

Mijn omgeving liet me los. Dat was pijnlijk, maar ook nodig. De boodschap was duidelijk: dit moest ik zelf doen. Pas als ik het zou bewijzen, was er misschien weer iets om naar terug te keren. En dat ben ik gaan doen, voor mezelf.

 

Ik heb geleerd om hulp te accepteren van professionals, ben therapie gaan volgen, luisterde en volgde op. Ik ging naar een zelfhulpprogramma met het 12-stappenprogramma en lotgenoten. Die combinatie, samen met de tijd en rust van het safehouse, heeft mijn leven veranderd.

 

Mijn leven nu is onvergelijkbaar met vroeger. Ik word weer gewaardeerd als mens. Ik doe dingen voor anderen zonder iets terug te verwachten. Ik heb geduld, reflecteer dagelijks, durf mijn emoties te uiten en schaam me daar niet meer voor. Sinds januari werk ik weer en ben ik begonnen aan iets waar ik al jaren van droom: ik ben gestart als verhuurmakelaar en ga dit jaar de opleiding volgen om makelaar te worden. Voor het eerst doe ik dingen bewust en gezond.

 

De band met mijn zoontje is sterker dan ooit. Ik bén er nu echt voor hem. Niet alleen met woorden, maar met mijn aanwezigheid. Ik werk 32 uur per week, rond mijn therapieën af, start binnenkort met schematherapie en ga daarna weer naar 40 uur. Ik zie mijn zoon om de twee weken een heel weekend. Daarnaast doe ik vrijwilligerswerk bij een surf- en skischool voor mensen met een verstandelijke beperking, werk ik als skileraar in Oostenrijk en ben ik bewuster bezig met mijn gezondheid en voeding.

 

Steun van anderen speelt een grote rol in mijn herstel. Ik heb professionals, een therapeut, fellows uit het programma en huisgenoten die zien wanneer het minder gaat. Ik sta er niet meer alleen voor.

 

Natuurlijk is niet alles opgelost, maar ik heb een plan en accepteer dat sommige dingen tijd kosten. Zolang ik de juiste dingen blijf doen en mijn stappen blijf toepassen, komt de rest wanneer ik eraan toe ben.

 

Ik blijf gemotiveerd door te kijken naar waar ik vandaan kom en wat ik in korte tijd heb teruggekregen. Als ik trek voel, speel ik het filmpje vooruit. Ik weet hoe het eindigt. Altijd. En elke keer erger.

 

Mijn dromen zijn helder: een eigen woning voor mij en mijn zoon, mijn opleiding afronden, schuldenvrij worden, sparen, reizen, mijn motorrijbewijs halen en vooral: een voorbeeld zijn voor mijn kind.

 

Wat ik anderen wil meegeven die worstelen met verslaving: er is hoop, maar alleen als je bereid bent je volledig over te geven en te accepteren dat je het niet kunt. Stop met wijzen naar anderen en kijk naar jezelf. Daar begint groei.

 

En voor familie en vrienden: loslaten is soms het meest liefdevolle wat je kunt doen. Bescherming uit angst of liefde hield mij juist vast in mijn verslaving. Pas toen ik verantwoordelijkheid moest nemen, begon mijn echte herstel.

 

Lieve Menno,

Wat je hebt gedaan is echt bijzonder. De stap die jij hebt gezet vraagt zóveel meer dan alleen wilskracht; het vraagt eerlijkheid naar jezelf, lef om oude patronen los te laten en de moed om kwetsbaar te zijn. Dat je dit verhaal deelt, zo open en zonder iets te verbloemen, laat zien hoeveel groei je al hebt doorgemaakt. Dat is allesbehalve vanzelfsprekend.

 

Je hebt niet alleen gekozen voor herstel, maar ook voor verantwoordelijkheid, voor je toekomst en voor wie je diep vanbinnen wilt zijn. Dat is keihard werken, elke dag opnieuw, en dat mag gezien worden. De weg die je loopt is niet de makkelijke, maar wel de echte — en juist daarin zit je kracht.

 

Ik hoop dat je zelf ook kunt voelen hoe ver je al bent gekomen. Dat je mag stilstaan bij de man die je nú bent, los van alles wat achter je ligt. Je hoeft het verleden niet te ontkennen om trots te zijn op het heden. Je bent het bewijs dat verandering mogelijk is, zelfs als het lang onmogelijk heeft gevoeld.

 

Dank je wel dat je dit durft te delen. Met je openheid, je eerlijkheid en je kwetsbaarheid raak je anderen en geef je hoop. En weet: ik ben oprecht trots op je — niet alleen om wat je hebt bereikt, maar vooral om de manier waarop je het doet. 

 

Veel liefs,

Femke 💚

Tijdens mijn verslaving.

Na mijn verslaving.