Er is ook grijs tussen zwart en wit

Gepubliceerd op 12 oktober 2026 om 18:00

Met iets minder spanning ging ik naar mijn tweede therapiesessie.

Natuurlijk vond ik het nog steeds spannend, maar het voelde anders dan de vorige keer. Misschien omdat ik inmiddels een beetje wist wat ik kon verwachten, of omdat ik de vorige sessie langzaam een plekje had kunnen geven. Toch bleef ik me afvragen wat er deze keer zou gebeuren. Zou ik opnieuw geconfronteerd worden met dat kleine meisje dat ik de vorige keer had gezien?

Na die eerste sessie vond ik het moeilijk om mijn ogen dicht te doen. Ik was bang dat ik haar weer zou zien: kleine Femke, huilend op de grond. Het beeld had me meer gedaan dan ik vooraf had verwacht. Het voelde alsof ik naar een stukje van mezelf keek dat ik jarenlang niet echt had durven aankijken. Een kwetsbaar stukje dat pijn had en waarvan ik ergens het gevoel had dat ik haar in de steek had gelaten.

Tijdens deze sessie vertelde ik wat dat beeld met me had gedaan. Hoe bang ik was geworden om mijn ogen dicht te doen en hoe moeilijk ik het vond om haar opnieuw voor me te zien. Het was vreemd om te beseffen dat een beeld tijdens therapie zoveel met me kon doen, terwijl ik nog niet goed begreep waarom het me zo raakte.

Toen we opnieuw met dat beeld aan de slag gingen, gebeurde er iets wat ik niet had verwacht. Ik zag mezelf weer op de grond zitten, maar deze keer leek er langzaam een muur om me heen te ontstaan. Alsof er een schild werd opgebouwd dat me moest beschermen tegen de buitenwereld.

Ik zette die muur niet bewust neer. Het gebeurde gewoon, alsof een deel van mij besloot dat dit veiliger was. En ergens begreep ik dat ook wel. Ik ben soms bang voor mijn eigen emoties. Bang voor wat er gebeurt als ik boos word, als het verdriet te groot wordt of als alles zich zo opstapelt dat ik niet meer weet hoe ik ermee om moet gaan.

Ik wil anderen geen pijn doen. Soms heb ik liever zelf pijn dan dat ik iemand anders kwets. Daarom houd ik dingen binnen, probeer ik mijn gevoelens onder controle te houden en doe ik alsof het allemaal wel meevalt. Misschien is die muur in de loop der jaren zo hoog geworden omdat ik mezelf op die manier probeer te beschermen. Niet omdat ik niets voel, maar juist omdat ik soms niet weet wat ik met alles moet.

Alleen vraag ik me steeds vaker af of die bescherming me inmiddels niet ook tegenhoudt.

Die gedachte bleef na de sessie in mijn achterhoofd hangen. Ook in de dagen daarna werd ik geconfronteerd met hoe moeilijk ik het nog steeds vind om met mijn emoties om te gaan.

Sinds woensdag heb ik drie momenten gehad waarop de tranen me te veel werden. Soms hoeft er maar iets te gebeuren en begint mijn hoofd meteen te zoeken naar wat ik verkeerd heb gedaan. Ik analyseer situaties, twijfel aan mezelf en voor ik het weet, zit ik alweer vast in mijn eigen gedachten.

Dan komen de bekende stemmetjes naar boven. Zie je wel, je bent niet goed genoeg. Waarom bemoei je je ook met andere mensen? Waarom kun je niet gewoon normaal doen?

Vaak heeft mijn hoofd al besloten dat ik iets verkeerd heb gedaan voordat ik rustig heb kunnen kijken naar wat er daadwerkelijk is gebeurd. Het verdriet volgt dan vanzelf. Maar zelfs wanneer ik begin te huilen, geef ik mezelf nauwelijks de ruimte om te voelen wat er in me omgaat.

Terwijl de tranen over mijn wangen lopen, hoor ik mezelf alweer denken: Femke, stop. Dit zijn toch rare gedachten? Hier hoef je helemaal niet om te huilen.

En dan probeer ik ook echt te stoppen.

Wat ik daarin misschien nog wel het moeilijkst vind, is dat huilen voor mij al een hele stap is. Het betekent dat ik iets naar buiten laat komen wat ik normaal gesproken liever wegstop. Toch straf ik mezelf er in mijn hoofd nog steeds keihard voor af. Ik vertel mezelf dat ik me aanstel en dat ik niet zo moeilijk moet doen, terwijl het me juist zoveel moeite kost om mijn verdriet toe te laten.

Eigenlijk is dat ontzettend tegenstrijdig. Ik wil leren om mijn emoties toe te laten, maar zodra ze er zijn, probeer ik ze zo snel mogelijk weer weg te duwen. Met mijn verstand weet ik dat ik verdrietig mag zijn, maar in de praktijk vind ik het moeilijk om mezelf die toestemming te geven.

Misschien ben ik zo gewend geraakt aan het onderdrukken van mijn gevoelens dat ik niet goed meer weet wat ik ermee moet wanneer ze toch naar buiten komen. Misschien voelt huilen voor mij ook als het verliezen van de controle, terwijl ik juist zo mijn best doe om alles onder controle te houden.

Achteraf vraag ik me af waarom ik zo streng ben voor mezelf. Waarom mag ik van anderen wel verwachten dat ze hun gevoelens serieus nemen, maar vind ik dat voor mezelf zo moeilijk? Ik hoef toch niet eerst te bewijzen dat mijn verdriet groot genoeg is voordat ik het mag voelen?

Toch gebeurt dat vaak wel. Ik beoordeel mezelf op wat ik voel en hoe ik reageer. Wanneer iets niet gaat zoals ik had gehoopt, trek ik al snel de conclusie dat ik het verkeerd heb gedaan. Het is alsof er voor mij weinig ruimte bestaat tussen iets goed doen en falen.

Tijdens de therapiesessie werd ik me opnieuw bewust van mijn alles-of-nietsmentaliteit. Ik bekijk situaties vaak in zwart en wit. Ik doe het goed of ik doe het fout. Ik ben sterk of ik ben zwak. Er lijkt weinig ruimte te zijn voor iets daartussenin.

Maar misschien is dat juist waar ik mezelf zo vaak in vastzet. Ik verwacht van mezelf dat ik dingen goed doe, terwijl ik nog aan het leren ben hoe ik met bepaalde gevoelens en situaties moet omgaan. Een fout voelt al snel als falen en een moeilijk moment kan in mijn hoofd uitgroeien tot het bewijs dat ik niet goed genoeg ben.

Langzaam begon ik de verbinding te zien tussen die zwart-witgedachten en de muur die ik tijdens de therapie had ervaren. Misschien probeer ik niet alleen mijn emoties tegen te houden, maar wijs ik mezelf ook af zodra ze toch naar buiten komen. Alsof ik mezelf moet beschermen tegen de buitenwereld én tegen alles wat er vanbinnen gebeurt.

Tijdens de sessie werd me duidelijk dat er ook een andere manier van kijken bestaat. Er hoeft niet altijd een goed of fout te zijn. Er is ook grijs.

En juist dat grijze gebied vind ik moeilijk. Daarin moet ik accepteren dat ik iets nog niet weet, dat ik iets lastig mag vinden en dat ik fouten kan maken zonder daar meteen een oordeel over mezelf aan te verbinden.

Ik ben gewend om streng voor mezelf te zijn en vooral te kijken naar wat beter had gekund. Veel minder vaak sta ik stil bij het feit dat iets ook gewoon moeilijk mag zijn. Dat ik ergens verdrietig over mag zijn, zelfs als een ander het misschien niet zo groot zou vinden. En dat ik niet altijd meteen hoef te begrijpen waarom iets me raakt.

Ik weet nog niet precies hoe ik dat moet doen. Waarschijnlijk zal ik nog vaak genoeg terugvallen in mijn oude gedachten. Maar misschien begint het ermee dat ik herken wanneer ik mezelf weer veroordeel. Dat ik niet meteen geloof wat mijn hoofd me vertelt, maar eerst probeer te begrijpen wat er aan de hand is.

Dat ik sinds woensdag drie momenten heb gehad waarop ik zo verdrietig was, betekent niet dat de therapiesessie niets heeft opgeleverd. Het betekent ook niet dat ik weer terug bij af ben. Ik ben juist bezig met het ontdekken van patronen die al jarenlang in mij zitten. Die verdwijnen niet zomaar na een paar gesprekken.

Misschien hoef ik die muur daarom niet meteen af te breken. Voor nu is het misschien al genoeg dat ik begin te begrijpen waarom hij er staat. Dat ik ontdek hoe ik mezelf probeer te beschermen en langzaam leer dat ik niet altijd achter dat schild hoef te blijven zitten.

En misschien raakt dit ook wel aan iets groters dan alleen mijn emoties. Want als ik eerlijk ben, heeft mijn alles-of-nietsmentaliteit niet alleen invloed op hoe ik naar mezelf kijk, maar ook op de manier waarop ik door het leven ga.

Jarenlang heb ik op die manier kunnen overleven. Door streng voor mezelf te zijn, controle te proberen te houden en situaties in zwart en wit te verdelen, probeerde ik grip te krijgen op gevoelens en gebeurtenissen die ik niet altijd begreep. Misschien had ik die manier van denken toen nodig om mezelf staande te houden wanneer ik vanbinnen niet wist hoe ik met alles moest omgaan.

Maar overleven is niet hetzelfde als leven.

Overleven betekende voor mij vaak dat ik probeerde de dag door te komen. Dat ik dingen wegstopte, doorging en mezelf streng toesprak wanneer iets niet ging zoals ik wilde. Ik was vooral bezig met omgaan met wat er moeilijk was, zonder altijd stil te staan bij wat ik zelf nodig had. En als mijn emoties dan toch naar buiten kwamen, was ik vaak degene die mezelf het hardst veroordeelde.

Misschien heeft die manier van denken me jarenlang geholpen om door moeilijke periodes heen te komen. Maar ik wil niet mijn hele leven op die manier blijven doorgaan.

Ik wil niet alleen maar bezig zijn met mezelf overeind houden. Ik wil niet iedere dag hoeven vechten tegen mijn eigen gedachten of bang zijn voor wat er gebeurt als ik mijn emoties toelaat. Ik wil niet bij iedere moeilijke situatie het gevoel hebben dat ik iets moet oplossen, dat ik iets verkeerd heb gedaan of dat ik mezelf moet verbeteren.

Ik wil ook gewoon kunnen leven.

Voor mij betekent dat dat ik wil leren genieten van een fijne dag zonder ondertussen bang te zijn dat er straks weer iets misgaat. Dat ik kan lachen zonder na te denken over wat anderen van me vinden. Dat ik verdrietig kan zijn zonder mezelf zwak te vinden en fouten kan maken zonder meteen aan mijn eigenwaarde te twijfelen.

Ik wil niet voortdurend in mijn hoofd leven, situaties blijven analyseren en mezelf afvragen of ik het wel goed doe. Ik wil meer aanwezig zijn in mijn eigen leven. De mooie momenten bewust meemaken, mezelf de ruimte geven om nieuwe dingen te ontdekken en accepteren dat niet alles altijd volgens plan hoeft te verlopen.

Dat betekent niet dat moeilijke gevoelens verdwijnen of dat ik nooit meer onzeker zal zijn. Het betekent voor mij vooral dat ik anders met die momenten wil leren omgaan. Dat verdriet niet meteen iets is wat ik moet stoppen en dat een fout niet automatisch betekent dat ik gefaald heb.

Misschien is dat wel het moeilijkste aan de overgang van overleven naar leven: leren dat ik niet meer op dezelfde manier hoef te reageren als vroeger. De patronen die me ooit hebben geholpen, mag ik langzaam gaan loslaten. Niet omdat ik het vroeger verkeerd heb gedaan, maar omdat ik mezelf nu de kans wil geven om het anders te leren.

Ik ben er nog lang niet. Mijn muur staat er nog steeds en mijn hoofd maakt regelmatig van iets kleins iets groots. Ook vind ik het nog altijd moeilijk om te huilen zonder mezelf daar achteraf voor af te straffen. Maar ik begin te begrijpen dat ik niet alles onder controle hoef te hebben om met mijn gevoelens om te kunnen gaan.

Misschien hoef ik die muur niet in één keer af te breken. Ik mag stap voor stap ontdekken dat ik kwetsbaar kan zijn zonder mezelf kwijt te raken. Dat ik fouten mag maken zonder mezelf af te wijzen. En dat ik niet voortdurend sterk hoef te zijn om vooruit te komen.

Ik heb jarenlang geleerd hoe ik moest overleven. Nu wil ik mezelf de kans geven om te ontdekken hoe het is om écht te leven. Niet alleen de moeilijke dagen doorkomen, maar ook de mooie dagen bewust meemaken. Niet alleen mijn tranen proberen tegen te houden, maar mezelf toestaan te voelen wat er is. Niet langer alles perfect willen doen, maar accepteren dat ik een mens ben die nog steeds aan het leren is.

Misschien begint die verandering niet met een grote stap, maar met kleine momenten waarop ik mezelf anders probeer te behandelen. Zoals huilen wanneer ik verdrietig ben, zonder mezelf meteen te vertellen dat ik me aanstel. Of een fout maken en mezelf niet direct wijsmaken dat ik niet goed genoeg ben.

Ik wil niet langer alleen maar sterk genoeg zijn om alles vol te houden. Ik wil ook leren om mild genoeg voor mezelf te zijn om van mijn leven te kunnen genieten.

Ik wil leren om niet alleen mijn emoties toe te laten, maar ook mezelf.

Want ik ben niet alleen iemand die moeilijke dingen heeft meegemaakt en heeft moeten leren overleven. Ik ben ook iemand die een leven aan het opbouwen is, die zichzelf beter wil leren kennen en die mag ontdekken dat er meer is dan alleen maar volhouden.

Ik hoef niet alles goed te doen om vooruit te gaan. Ik hoef niet al mijn oude patronen in één keer te veranderen. En ik hoef mezelf niet langer af te straffen omdat ik het moeilijk heb.

Ik mag leren, voelen en groeien. Op mijn eigen tempo.

Misschien is dat wel waar het voor mij begint: niet langer alleen proberen overeind te blijven, maar mezelf de ruimte geven om echt te leven.

Veel liefs,

Femke 💚

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.