"Er is een moment in mijn leven geweest waarop ik dacht dat zwijgen mij zou beschermen."
Dat als ik maar genoeg dingen voor mezelf hield, als ik maar bleef doen alsof alles goed ging, niemand zou merken hoe het echt met mij ging. Het voelde veiliger om niets te zeggen, want er waren zat mensen die het erger hadden dacht ik. Veiliger om een rol te spelen. Maar wat ik toen nog niet begreep, is dat zwijgen een gevangenis kan worden.
Lange tijg leefde ik in die gevangenis.
Aan de buitenkant leek het misschien alsof alles normaal was. Ik had gesprekken met mensen, ik lachte, ik deed wat er van mij verwacht werd. Maar van binnen was het anders. Van binnen zat er spanning. Een constante druk op mijn borst, alsof ik niet helemaal kon ademen. Een gevoel van benauwdheid dat ik toen niet goed kon plaatsen. Pas later begreep ik waar dat nu eigenlijk vandaan kwam.
Het kwam van het niet eerlijk zijn.
Niet eerlijk zijn tegen anderen, maar misschien wel het meeste tegen mezelf.
In mijn verslaving werd eerlijkheid steeds moeilijker. In het begin waren het kleine dingen. Kleine leugens die makkelijk leken. "Het gaat goed met mij." "Er is niks aan de hand". "Maak je geen zorgen." Woorden die soepel over mijn lippen kwamen, maar ondertussen steeds verder van de waarheid af kwamen te staan.
Het vreemde is dat ik op een gegeven moment niet eens doorhad hoe vaak ik loog. Het werd normaal.
Niet omdat ik een slecht mens wilde zijn, maar omdat ik probeerde te overleven in iets waar ik zelf geen controle meer over had. Verslaving heeft een manier om langzaam je kompas te verdraaien. Dingen die eerst ondenkbaar waren, worden opeens logisch. Ik creëerde een verkeerde routine.
Ik begon dingen te verbergen, ik was altijd al niet z'n prater geweest. Maar in mijn gebruik werd het nog erger. Niet alleen mijn gebruik begon ik te verbergen, maar ook nog meer mijn gevoelens. Angst, verdriet, schaamte. Alles wat kwetsbaar was, stopte ik weg. Het leek veiliger om een masker te dragen dan om te laten hoe gebroken ik me soms voelde.
Maar een masker dragen kost energie, en om dat door te zetten ging ik meer gebruiken.
En het ergste is dat je er uiteindelijk zelf in gaat geloven in je masker. Dat je vergeet wie je eigenlijk bent zonder dat ene masker. Ik wist op een bepaald moment niet eens meer wanneer ik eerlijk was en wanneer niet. Het ging te automatisch. Ik vertelde verhalen die net geloofwaardig genoeg waren. Ik zei wat mensen wilde horen.
En vanbinnen.. Vanbinnen groeide er iets. Schaamte.
Schaamte is een zwaar gevoel. Het kruipt onder je huid. Het fluister dat je niet goed genoeg bent. Dat als mensen echt zouden weten wie je bent, ze weg zouden gaan. En zonder dat ik het doorhad, had ik zo ook vrienden om me heen zonder echte verbinding. Mensen die dachten dat ze mij kenden, terwijl ze eigenlijk een versie zagen die ik liet zien. Ze kenden niet wie ik echt was. Daardoor voelde ik me zelf tussen mensen soms nog alleen.
Die schaamte hield mij vast in een onzichtbare cirkel, en voedde mijn verslaving goed.
Ik probeerde het beeld van mezelf hoog te houden. Daardoor moest ik blijven verbergen. Door het verbergen groeide de schaamte. Door de schaamte gebruikte ik weer. En door het gebruiken moest ik weer meer verbergen.
Een vicieuze cirkel zonder uitgang.
Het gekke is dat ik lange tijd dacht dat mijn problemen alleen het gebruik was. Dat als ik daarmee zou stoppen, alles vanzelf beter zou worden. Maar mijn gebruik was een symptoom van iets wat dieper zat.
Voor mij zat dat zo diep, eerlijk zijn.
Niet durven zeggen hoe het echt met mij ging. Niet durven laten zien dat ik bang was. Dat ik me leeg voelde. Dat ik me soms verloren voelde.
Ik herinner me momenten waarop mijn familie of vrienden vroegen: "Hoe gaat het echt met je?" En bijna automatisch zei ik: "Goed".
Dat woord werd een soort reflex. Een schild, maar elke keer dat ik het zei terwijl het niet waar was, voelde ik die druk op mijn borst steeds groter en sterker worden. Als of mijn lichaam wist dat ik mezelf aan het opsluiten was.
Die benauwdheid waar ik later op terugkijk, was eigenlijk een signaal. Mijn lichaam dat probeerde te zeggen: He Femke, dit klopt niet wat je doet. Dit is niet wie je bent.
Maar kleine Femke schreeuwde nog niet hard zat.
Verslaving maakt je wereld kleiner. Alles draait om verbergen, regelen, herstellen, opnieuw beginnen. Er blijft weinig ruimte over voor eerlijkheid, omdat eerlijkheid gevaarlijk voelt. Want eerlijk zijn betekent dat mensen misschien dingen gaan zien die je zelf ook niet onder ogen wilt komen. En dat is eng.
Toch is er ergens een moment gekomen waarop er iets begin te verschuiven. Kleine Femke was moe, moe was het schreeuwen. Moe van het verbergen, moe van toneelspelen. Moe van het gevoel dat ik constant op moest letten wat ik zei, tegen wie en wanneer.
Leugens onthouden is zwaar.
Eerlijkheid eigenlijk niet.
De eerste keer dat ik echt eerlijk was over hoe het met me ging, voelde het zo onnatuurlijk. Mijn hart zat in mijn keel en mijn stem trilde. Het voelde alsof ik iets deed wat niet mocht.
Ik vertelde dat het niet goed ging. Dat ik worstelde. Dat ik dingen deed waar ik me voor schaamde. Dat ik de controle kwijt was.
Ik verwachtte oordeel.
Ik verwachtte teleurstelling.
Misschien zelfs dat mensen zich van me zouden afkeren.
Maar wat er gebeurde was iets anders.
Er kwam ruimte.
Niet meteen een oplossing. Niet meteen rust. Maar wel ruimte om te ademen. Voor het eerst in lange tijd voelde het alsof er een klein stukje van dat gewicht van mijn schouders af viel.
Alsof ik een zware tas had gedragen zonder dat ik wist hoe zwaar hij eigenlijk was, totdat ik hem neerzette.
Dat moment heeft mij iets geleerd wat ik nooit meer vergeten ben: eerlijkheid haalt de druk van de ketel.
Niet omdat alles meteen beter wordt, maar omdat je stopt met vechten tegen jezelf.
Sinds ik eerlijker ben geworden over wat ik voel en wat ik denk, merk ik dat ik minder dingen opkrop. Vroeger slikte ik alles in. Boosheid. Verdriet. Teleurstelling. Ik hield het allemaal binnen.
Maar gevoelens verdwijnen niet als je ze wegduwt.
En op een dag komen ze er toch uit. Soms in de vorm van woede. Soms in de vorm van gebruik. Soms in de vorm van afstand nemen van mensen die eigenlijk om je geven.
Nu probeer ik dingen eerder uit te spreken. Niet perfect, niet altijd op de juiste manier, maar wel eerlijk. Als iets me raakt, probeer ik dat te zeggen. Als ik het moeilijk heb, probeer ik dat te delen.
Dat betekent niet dat het altijd makkelijk is.
Eerlijkheid kan confronterend zijn. Voor mezelf en soms ook voor anderen. Maar wat ik wel merk, is dat eerlijkheid mijn verslaving minder ruimte geeft.
Verslaving groeit in stilte.
In geheimen.
In dingen die niet gezegd worden.
Maar als er licht op komt, verandert er iets. Dan verliest het een deel van zijn macht.
Ik heb geleerd dat eerlijkheid niet alleen gaat over grote bekentenissen. Het zit ook in kleine dingen. Zeggen dat je een slechte dag hebt. Toegeven dat je bang bent. Durven zeggen dat je hulp nodig hebt.
Voor iemand die lang gewend was alles alleen te dragen, voelt dat soms nog steeds kwetsbaar.
Maar kwetsbaarheid blijkt geen zwakte te zijn.
Het blijkt juist een vorm van kracht te zijn.
Als ik nu terugkijk naar de tijd waarin ik niet eerlijk was, zie ik vooral iemand die vastzat. Niet omdat hij slecht was, maar omdat hij bang was. Bang voor oordeel. Bang om mensen kwijt te raken. Bang om zichzelf onder ogen te komen.
Die angst hield mij gevangen.
Eerlijkheid heeft langzaam de deur van die gevangenis opengezet.
Niet in één keer. Het was geen plotselinge bevrijding. Meer alsof er elke keer een klein stukje van de muur afbrokkelde. Elke keer dat ik eerlijk was, werd de ruimte een beetje groter.
En met die ruimte kwam iets anders terug.
Rust.
Niet een perfecte rust waarin alles altijd goed voelt. Maar wel een rust waarin ik niet constant hoef te vechten tegen mijn eigen geheimen.
Ik hoef geen dubbele levens meer te onthouden.
Ik hoef niet meer na te denken over welke versie van het verhaal ik tegen wie heb verteld.
Ik kan gewoon zeggen wat waar is.
En dat voelt als vrijheid.
Vrijheid betekent voor mij tegenwoordig niet dat alles makkelijk is. Het betekent dat ik mezelf niet meer hoef te verbergen.
Dat ik kan zeggen: dit is waar ik sta. Dit is wat ik voel. Dit is waar ik mee worstel.
En dat ik daarin niet alleen hoef te zijn.
Misschien is dat wel de grootste les die ik uit mijn verslaving heb gehaald. Dat eerlijkheid niet alleen een morele keuze is, maar ook een manier om te ademen.
Zolang ik dingen verberg, hou ik mijn adem in.
Maar wanneer ik eerlijk ben, kan ik weer ademen.
En elke keer dat ik dat doe, wordt de kans dat mijn verslaving terugkomt een beetje kleiner. Niet omdat eerlijkheid een magische oplossing is, maar omdat het mij verbonden houdt. Met mezelf. Met anderen. Met de werkelijkheid.
Verslaving houdt van isolatie.
Herstel houdt van verbinding.
En eerlijkheid is de brug tussen die twee.
Ik weet dat ik nooit perfect eerlijk zal zijn. Ik blijf een mens met angsten en reflexen. Soms merk ik nog steeds dat ik de neiging heb om iets kleiner te maken, iets te verbergen, iets voor mezelf te houden.
Maar het verschil met vroeger is dat ik het nu zie.
En zodra ik het zie, heb ik een keuze.
Ik kan terug de cirkel in.
Of ik kan het uitspreken.
Elke keer dat ik kies voor het uitspreken, kies ik een beetje meer voor vrijheid.
En dat is een vrijheid waar ik vroeger niet eens van wist dat die bestond.
Veel liefs,
Femke💚